Deelnemers

Pagina in ontwikkeling.

DOEL VAN DEZE AKTE De verschenen personen willen door middel van deze akte een stichting oprichten en haar statuten vaststellen.

DE OPRICHTING
De verschenen personen - de oprichters -richten bij deze en met onmiddellijke ingang een stichting op en stellen voor deze stichting de volgende statuten vast:

STATUTEN

Artikel 1 – Naam en zetel
1. De stichting draagt de naam: Stichting Kenniskring Weerbaarheid (SKW).
2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Utrecht.
3. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.

Artikel 2 - Doel
1. De stichting heeft ten doel:
a. de kwaliteit van de door haar uitgenodigde en deelnemende weerbaarheidstrainers en hun deskundigheid op het gebied van weerbaarheid te bevorderen en te beschermen en voorts al wat hiermee rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn;
b. het bevorderen van maatschappelijke erkenning van vormen van weerbaarheid volgens de visie van de SKW;
c. het behartigen van de belangen van de uitgenodigde deelnemers.
3. De stichting laat zich leiden door het algemeen belang
4. De stichting beoogt niet het maken van winst.
5. De stichting tracht dit doel onder meer te bereiken door:
a. het (doen) verrichten van activiteiten om de deskundigheid en vakkundigheid op beleidsniveau te ontwikkelen;
b. het (doen) verrichten van onderzoek naar de kwaliteit van, evenals de verbetering daarvan, opleidingen, cursussen en dergelijke op het gebied van weerbaarheid;
c. voorlichting te geven betreffende de activiteiten van de stichting;
d. alle andere middelen aan te wenden die voor het bereiken van het doel dienstig kunnen zijn.
e. het tot stand brengen van een

Artikel 3 – Financiële middelen
Het vermogen van de stichting zal worden gevormd door:
- bijdrage van de uitgenodigde deelnemers aan de activiteiten van de stichting
- vergoedingen welke gevraagd worden voor door de stichting verrichte werkzaamheden;
- subsidies en schenkingen;
- vergoedingen welke gevraagd worden voor door de stichting verrichte werkzaamheden;
- erfstellingen en legaten;
- alle andere verkrijgingen en baten.

Artikel 4 – Het bestuur
1. Het bestuur van de stichting bestaat uit tenminste drie en ten hoogste zeven leden en wordt voor de eerste maal bij deze akte benoemd.
2. Het bestuur (met uitzondering van het eerste bestuur, waarvan de leden in functie worden benoemd ) kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester kunnen ook door één persoon worden vervuld.
3. Bestuursfuncties worden bekleed voor de tijd van drie jaren. Alvorens die periode verstrijkt, wijst het zittende bestuur de bestuursfuncties opnieuw toe.
4. Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in het bestuur, zullen de overblijvende bestuursleden met algemene stemmen (of zal het enige overblijvende bestuurslid) binnen drie maanden na het ontstaan van de vacature(s) daarin voorzien door de benoeming van een (of meer) opvolger(s).

5. Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook een of meer leden ontbreken dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enige overblijvende bestuurslid niettemin een wettig bestuur, behoudens het bepaalde in artikel 9.
6. De leden van het bestuur genieten voor hun bestuurswerkzaamheden geen beloning. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten.

Artikel 5 – Deelnemers en sympathisanten
1. De stichting kent deelnemers en sympathisanten.
2. Als deelnemer of sympathisant kunnen tot de stichting worden toegelaten (rechts-)personen die de doelstellingen van de stichting onderschrijven en aan de realisatie daarvan een wezenlijke bijdrage kunnen, willen en zullen leveren.
3. Het bestuur besluit omtrent toelating van deelnemers en sympathisanten. De aanmelding van een deelnemer of sympathisant dient schriftelijk of langs elektronische weg, bij het bestuur te geschieden. Het besluit omtrent toelating wordt genomen binnen twee maanden na ontvangst van de aanmelding. De aanvrager wordt schriftelijk of langs elektronische weg op de hoogte gesteld van het besluit omtrent toelating.
4. Het deelnemer- of sympathisantschap eindigt automatisch aan het eind van het kalenderjaar. Per kalenderjaar worden deelnemers en sympathisanten opnieuw uitgenodigd.
De stichting kan het deelnemer- of sympathisantschap opzeggen wanneer een deelnemer heeft opgehouden aan de vereisten voor het deelnemer- of sympathisantschap bij de statuten gesteld te voldoen, wanneer hij zijn verplichtingen jegens de stichting niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de stichting niet gevergd kan worden het deelnemer- of sympathisantschap te laten voortduren. Opzegging door de stichting geschiedt door het bestuur. Een besluit van het bestuur tot opzegging kan slechts worden genomen met algemene stemmen een dient met redenen te zijn omkleed.
5. Opzegging van het deelnemer- of sympathisantschap door de deelnemer of door de stichting kan slechts schriftelijk of langs elektronische weg geschieden tegen het einde van
een kalenderjaar, met een opzegtermijn van ten minste één maand. Het deelnemer- of sympathisantschap kan echter onmiddellijk worden beëindigd indien van de stichting of van de deelnemer redelijkerwijs niet gevergd kan worden het deelnemer- of sympathisantschap te laten voortduren.
6. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid doet het deelnemer- of sympathisantschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.
7. Indien degene met wie wordt gecommuniceerd hiermee instemt, kunnen schriftelijke mededelingen aan respectievelijk van de stichting geschieden door een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres dat door de stichting respectievelijk degene met wie wordt gecommuniceerd voor dit doel aan degene met wie wordt gecommuniceerd respectievelijk de stichting bekend is gemaakt, in deze statuten aan te duiden als: "langs elektronische weg".

Artikel 6 – Jaarlijkse bijdrage deelnemers en sympathisanten
1. De deelnemers en sympathisanten zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage die door het bestuur zal worden vastgesteld. Deelnemers en sympathisanten worden daartoe in categorieën ingedeeld die een verschillende bijdrage betalen.
2. Het bestuur is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van de jaarlijkse bijdrage te verlenen.
3. Bij de beëindiging van het deelnemer- of sympathisantschap vindt geen restitutie van de jaarlijkse bijdrage plaats. De jaarlijkse bijdrage die de deelnemer verschuldigd is geworden vóór de beëindiging van zijn deelnemer- of sympathisantschap, blijft hij na beëindiging van zijn deelnemer- of sympathisantschap verschuldigd.

Artikel 7 – Bestuursvergaderingen en besluiten van het bestuur
1. Bestuursvergaderingen worden gehouden op een door het bestuur te bepalen plaats.
2. Bestuursvergaderingen zullen telkenmale worden gehouden wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien een der andere bestuursleden daartoe schriftelijk en onder nauwkeurige opgave der te behandelen punten aan de voorzitter het verzoek richt, doch tenminste twee maal per jaar. Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft zodanig, dat de vergadering kan worden gehouden binnen twee weken na het verzoek, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming
van de vereiste formaliteiten.
3. De oproeping tot een vergadering geschiedt (behoudens het in lid 2 bepaalde) door de voorzitter, tenminste zeven dagen tevoren, de dag der oproeping en die der vergadering niet meegerekend, door middel van oproepingsbrieven.
4. De oproepingsbrieven vermelden, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.
5. Zolang in een bestuursvergadering alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.
6. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter; bij diens afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan.
7. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of een der andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht. De notulen worden vastgesteld en ondertekend door degenen die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd.
8. Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de
meerderheid zijner in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is.
Een bestuurslid kan zich ter vergadering door een medebestuurslid laten vertegenwoordigen op overlegging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter der vergadering voldoende, volmacht. Een bestuurslid kan daarbij slechts voor een medebestuurslid als gevolmachtigde optreden.
9. Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld (schriftelijk, of per e-mail) hun mening te uiten. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt
gevoegd.
10. Ieder bestuurslid heeft het recht op het uitbrengen van een stem. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle besluiten van het bestuur genomen met volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen.
11. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of een der stemgerechtigden dit voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende gesloten briefjes.
12. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
13. In alle geschillen betreffende stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de
voorzitter.

Artikel 8 – Bestuursbevoegdheid
1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
2. Het bestuur is bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging,
vervreemding en bezwaring van registergoederen.
3. Het bestuur is niet bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de
stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt.

Artikel 9 Vertegenwoordiging bestuur
1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting in en buiten rechte.
2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuursleden.
3. Het bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuursleden, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

Artikel 10 – Schorsing en einde bestuurslidmaatschap
1. Een bestuurslid kan om gewichtige redenen worden geschorst door een daartoe door de overige bestuursleden te nemen besluit. Een dergelijk besluit wordt niet genomen dan nadat het bestuurslid dat voor schorsing is voorgedragen is gehoord.
2. Het bestuurslidmaatschap eindigt:
a. door overlijden;
b. door periodiek aftreden;
c. bij verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
d. bij schriftelijke ontslagneming (bedanken);
e. door ontslag door een daartoe door de overige bestuursleden te nemen besluit. Een dergelijk besluit wordt niet genomen dan nadat het bestuurslid dat voor ontslag is voorgedragen, is gehoord;
f. bij ontslag op grond van artikel 298 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 11 – Boekjaar en jaarstukken
1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting zodanige aantekening te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
2. Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken der stichting afgesloten. Daaruit worden door de penningmeester een balans en een staat van baten en lasten over het geëindigde boekjaar opgemaakt, welke jaarstukken, binnen drie maanden na afloop van het boekjaar aan het bestuur worden aangeboden.
3. De jaarstukken worden door het bestuur vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en penningmeester; ontbreekt de handtekening van een van hen dan wordt daarvan onder opgave van de reden melding gemaakt.
4. Vaststelling zonder voorbehoud van de jaarrekening strekt tot decharge van de bestuursleden voor hun verrichtingen in het achterliggende boekjaar, voor zover daarvan uit de jaarrekening blijkt.
5. Het bestuur is verplicht de jaarrekening en de administratie tien jaar lang te bewaren.

Artikel 12 – Reglement
1. Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen waarin die onderwerpen
worden geregeld welke niet in deze statuten zijn vervat.
2. Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.
3. Het bestuur is te allen tijde bevoegd het reglement te wijzigen of op te heffen.
4. Op de vaststelling, wijziging en intrekking van het reglement is het bepaalde in
artikel 13 lid 1 van toepassing.

Artikel 13 – Statutenwijziging
1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Het besluit daartoe moet
worden genomen met algemene stemmen in een vergadering waarin alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
2. Zijn in een zodanige vergadering niet alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen waarin ongeacht het aantal aanwezige bestuursleden een in dit artikel vermeld besluit kan worden genomen met meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen.
3. Tot statutenwijziging kan slechts worden besloten indien het wijzigingsvoorstel tenminste veertien dagen tevoren schriftelijk aan de bestuursleden is kenbaar gemaakt.
4. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. Tot het doen verlijden van die akte is elk bestuurslid bevoegd.
5. De leden van het bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging evenals de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het Openbaar Handelsregister, gehouden door de Kamer van Koophandel, binnen welker gebied de stichting haar zetel heeft.

Artikel 14 – Ontbinding en vereffening
1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden en te besluiten tot het aangaan van een juridische fusie. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in artikel 13 leden 1 en 2 van toepassing.
2. De stichting blijft na haar ontbinding bestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is.
3. De vereffening geschiedt door het bestuur.
4. De vereffenaars dragen er zorg voor dat van de ontbinding van de stichting inschrijving geschiedt in het register, bedoeld in artikel 13 lid 5.
5. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.
6. Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt zoveel mogelijk besteed overeenkomstig het doel van de stichting.
7. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende tenminste tien (10) jaren onder berusting van een door het bestuur bij het besluit tot ontbinding aangewezen bewaarder.

Artikel 15 – Slotbepalingen
In alle gevallen waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien beslist het bestuur met meerderheid van stemmen.
Tenslotte verklaarden de comparanten, ter uitvoering van het bepaalde in artikel 4 leden 1 en 2, dat voor de eerste maal tot bestuurders van de Stichting Kenniskring Weerbaarheid worden benoemd:
1. in de functie van voorzitter: de heer A de Leeuw;
2. in de functie van penningmeester: mevrouw M. Papic;
3. in de functie van secretaris: mevrouw Y. Richards;
4. als lid: mevrouw J. Steenbakker

Inschrijving in het Handelsregister
Het bestuur draagt zorg voor onmiddellijke eerste inschrijving van de stichting in het Handelsregister, mede om te voorkomen dat bestuursleden door het ontbreken daarvan eventueel persoonlijk aansprakelijk kunnen zijn voor verbintenissen van de stichting.

Eerste boekjaar
Het eerste boekjaar van de stichting eindigt op eenendertig december tweeduizend elf.

WOONPLAATSKEUZE
De oprichters kiezen voor alles wat deze akte betreft woonplaats op het kantoor van de notaris, bewaarder van deze akte.

WAARVAN AKTE

De comparanten zijn mij, notaris, bekend en de identiteit van de bij deze akte betrokken comparanten is door mij, notaris, aan de hand van de hiervoor gemelde en daartoe bestemde documenten vastgesteld.
Waarvan akte is verleden te Utrecht op de datum in het hoofd van deze akte vermeld.

Na zakelijke opgave van de inhoud van deze akte en een toelichting daarop aan de verschenen personen hebben deze eenparig verklaard van de inhoud van deze akte te hebben kennisgenomen daarmee in te stemmen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen. Vervolgens is deze akte ,na beperkte voorlezing, door de comparanten en mij, notaris, ondertekend.

Subcategorieën